VNTS
side

Tábor

Circa 90 km ten zuiden van Praag ligt op een heuveltje tussen Jordán en Lužnice de oude hussietenstad Tábor. Alles herinnert hier aan de radicale hervormingen uit de 15e eeuw, niet alleen aan magister Jan Hus, maar ook aan de legeraanvoerder Jan Žižka. In 1420, vijf jaar na de terechtstelling van Jan Hus en een paar maanden na de eerste Praagse defenestratie liepen voor de burcht Kotnov duizenden mannen met hun gezinnen onder de hussitische vlag met de kelk te hoop, om van hieruit tegen kerk en keizer te strijden. Uit het kampement ontwikkelde zich een vesting en uit de vesting een stad, die de aanhangers van Jan Hus "Tábor" noemden, naar de berg waarop Jezus volgens het Nieuwe Testament verheerlijkt werd. Vanuit Tábor leidde Jan Žižka van Trocnov het hussitische leger kriskras door Bohemen en versloeg in 1420 de troepen van de keizer op de Vítkov bij Praag en in 1422 bij Havličkův Brod. Nadat de grote Žižka in 1424 was gesneuveld, werd hij door andere bevelhebbers vervangen. Zij streden tegen het katholicisme en de Duitse overheersing, en uiteindelijk zelfs tegen hun gematigde medestanders, de calixtijnen, totdat de nederlaag bij Lipany (1434) het einde van de opstand inluidde. Na de Hussietenoorlogen begon men in Tábor koortsachtig te bouwen. De meeste inwoners van het bolwerk moesten als Boheemse Broeders of als gematigde calixtijnen niets van de katholieke kerk hebben. Ook de "Nicolaïeten", "Arianen", "Manicheeërs", "Nestorianen", "Waldenzers" of de "Armen van Lyon" waren naarstig op zoek naar het ware geloof. Elk geloof werd in Tábor getolereerd, behalve het katholieke. En wanneer in de 16e en 17e eeuw ergens in Bohemen onvrije boeren tegen hun heren in opstand kwamen, waren ook de inwoners van Tábor van de partij en lieten ze hun zwarte vlaggen met de rode kelk wapperen.

Slag bij de Witte Berg

Na de tweede Praagse defenestratie in 1618 kwam natuurlijk oo Tábor tegen de Habsburgers in het geweer, en na de slag bij de Witte Berg was het de laatste stad die in handen van de overwinnaars viel (1621). Hoewel de katholieke clerus alles deed om de dolende schapen van Tábor weer naar de kudde terug te brengen, bleef het bij vruchteloze pogingen. Nog steeds telt Tábor maar een heel klein percentage katholieken.

Top

side
e-mailen

Aanbevolen minimale resolutie is 800x600 Valid XHTML 1.0!