|
|
|||
|
||||
Maak keuzeRegio |
Šumava
Behalve de grensbergen Třístoličník (1302 m) en Trojmezná (1361 m) is het park bedekt met een rij van natuurlijke bemerkenswaardigheden, zoals Plené meer, Mrtvý beemd, veengronden en moerassen. De regio Prachatice en de hele Šumava heeft een goed bewaarde natuur met culturele en historische monumenten met een in alle opzichten buitengewone gelegenheid voor toeristisch verkeer. De grootste natuurlijke meren uit de ijstijd zijn het Čertovo en Černé jezero. Het gebied rond Železná Ruda leent zich uitstekend voor wandelingen of fietstochten. Nationale Park Šumava (NP)Het Nationale Park Šumava is opgericht door de stichting van de Tsjechische regering nr. 163 op 20-3-1991 ter grootte van 69.024 ha. Het beschermde landschap Šumava ter grootte van 99.000 ha vervult de functie van beschermd gebied van het nationale park. Gebied rond Železná RudaDe streek rond Železná Ruda bevindt zich in een gebied van een uitzonderlijke natuurlijke schoonheid. Het gebied van de Jezerní berg met daaraan grenzend de Černé en Čertové meren is al beschermd sinds 1911. Sinds 1933 is het een nationaal natuurreservaat. In de jaren 1946, 1989 en heden ten dagen is voorgesteld om er een nationaal park van te maken. In 1963 werd de hele regio rond Železná Ruda beschermd landschap. Sinds 1993 komt er weer een volgend beschermd terrein bij het reservaat: het natuurmonument het Koninklijke woud. De grens van dit terrein is gekenmerkt door een dubbele rode streep. De volgende plaatsen in de omgeving zijn interessant: Černé jezero (Zwarte meer)Het grootste meer uit de ijstijd in Tsjechië is Černé jezero. Het ligt op een hoogte van 1008 m boven zeeniveau; het heeft een grootte van 18,43 ha en een maximale diepte van 39,8 m. Het meer ligt geklemd tegen de noord-oostelijke helling van de Jezerní berg, die tevens het hoogste punt is van het bergland van Železná Ruda. De gemeten diepte van het water in het meer is nog geen 40 meter en de sedimenten tot aan de bodem maken nog een 16 a 17 meter. De hoofdstroom bevindt zich in het zuidelijke deel van de meerwand. Het Černé meer wordt ontwatert door de Černý beek naar de rivier de Úhlava en het water vloeit naar de Noordzee. De naam van het meer ontstond uit de zwarte kleur van het wateroppervlak, dat de donkere bossen weerspiegelt. Het meer vormt een onderdeel van het nationale natuurreservaat. Čertovo jezero (Duivelsmeer)Čertovo jezero is eveneens een meer uit de ijstijd. Het ligt op een hoogte van 1030 m en heeft een wateroppervlakte van 10,33 ha en een maximale diepte van 36,7 m. De beek van het Čertovo meer voert het water af naar de rivier de Řezné en verder naar de Zwarte zee. Het meer is tevens een onderdeel van het nationale natuurreservaat. Gebied rond de twee merenHet gebied rond het Zwarte en Duivelsmeer werd vroeger, nu en zeker ook in de toekomst veel bezocht. De twee meren waren in het begin van de 18e eeuw nog omringd door een nauwelijks doordringbaar donker beukenbos met dennen en sparren, waarin roofdieren jaagden, zoals de wolf, beer, wilde kat en de lynx. De donkere, door niemand verstoorde en door de wind ruisende bossen weerspiegelden in het wateroppervlak van de meren, alsof ze een onbekende schat wilden bewaken, verborgen onder het geheime oppervlak. IJstijdZover als tot nu bekend zullen we de algemeen geldende opvatting er op na houden over het ontstaan van de meren. Hun afkomst zou in Midden-Europa er ongeveer als volgt kunnen uitzien: in het tertiaire tijdperk heerste in Midden-Europa een subtropisch klimaat, dat het ontstaan en de ontwikkeling van loofbossen veroorzaakte, die de hoogste toppen van de Šumava bedekten. Tegen het einde van het tertiaire tijdperk werd het klimaat zeer koud; op de toppen van de bergen begonnen de bossen te verminderen. Aan het begin van het quartiaire tijdperk begon de eerste ijsperiode. De winterbotsingen veroorzaakten het ontstaan van de eerste sneeuwvelden op de oostelijke hellingen van de toenmalige Jezerní berg. Lawines rukten de overgebleven vegetatie af samen ook met de bodembedekking tot aan de rotsbodem, die begon te verweren. Het sneeuwveld in de koude jaren smolt niet, het veranderde in ijs, waarop rotsblokken vielen en grind uit de verweerde rotsbodem sloeg. De met sneeuw aangroeiende laag drukte steeds meer op de ondergrond en samen met de rotsblokken verpulverde deze. De oostelijke hellingen kregen zo een steeds steilere helling, totdat zich daaruit steile waterwanden vormden. Uit het opgehoopte materiaal van de schuivende gletsjer ontstonden begin- en eindmorenen, die nu de natuurlijke dammen van het meer zijn. Dit ontwikkelingsproces werd in een periode van meer dan 1 miljoen jaar doorlopen en eindigde zo'n 12 duizend jaar geleden. Het oudere meer is op grond van dit proces getaxeerd op 10 tot 12 duizend jaar. Einde van de ijstijdDoor de opeenvolgende warmere klimaten verschenen de eerste bomen, allereerst toendra vegetatie van berken, hazelnootbomen en dennen, later de spar, gevolgd door beukenbossen, die behalve de hoogste toppen en meerwanden het hele terrein in beslag namen. De toppen en wanden van de meren groeiden door een bergklimatologisch sparrebos. In de wanden ontstaan tot aan de dag van vandaag lawines door de beweging van de kruipende sneeuw. De lang liggende sneeuw onder de rotsen was de oorzaak van het verlagen van de bovengrens van het bos. In dit terrein van alpine vegetatie vinden we originele eilandbegroeiïngen van bergdennen, men kan allerlei alpine vegetatie ontdekken. Vanuit de wanden stroomt vaak water en op de nauwe rotsterassen groeit veen. Van de dieren, die hier leven, noemen we onder andere de korhoen, auerhaan, de bergkwikstraat, bergmerel, de grote raaf, steenvalk, bosmarter, vos en lynx. NatuurreservaatIn het jaar 1911 werd de Duitse grondlegger van de moderne natuurbescherming dr. Hugo Conwentz uitgenodigd door de eigenaar Vilém Hohenzollern om het waardevolste deel voor de stichting natuurreservaat uit te zoeken. Conwentz besloot tot het gebied van het Černé en Čertovo meer met de aangrenzende begroeiïng op de wanden. In het jaar 1933 gaf het toenmalige ministerie van onderwijs en ontwikkeling het decreet uit, waardoor het reservaat officieel bevestigd werd. Op basis van historische ervaringen en moderne inzichten omtrent de natuurbescherming werd in 1992 de wet 114/92 goedgekeurd, die het terrein van beide meren rangschikte in de categorie van nationaal natuurreservaten. Deze wet bepaalde tegelijkertijd de voorwaarden van bescherming en sancties in geval van schending. Ostrý (Spitse rots)De Velký Ostrý is een kale rotskam langs de grens met Duitsland. De Velký Ostrý heeft een hoogte van 1293 m. De Malý Ostrý heeft een hoogte van 1266 m en is een aantrekkelijk uitzichtspunt. Bovenop de Ostrý bevindt zich een restaurant. Zowel vanuit de Tsjechische als vanuit de Duitse kant kunt u het restaurant alleen te voet via een steil rotsachtig pad bereiken. De bevoorrading van dit restaurant geschiedt vanaf Duitse zijde geheel te voet. Bílá Strž (Witte afgrond)Het nationale natuurreservaat Bílá Strž wordt bedekt door het centrale deel van het dal van de beek Bílý met een gemengd bos. De oppervlakte van het natuurreservaat is 79,02 ha, en wordt ontsloten door de grootste waterval in de Šumava. ŠmauzyHoogveen, brongebied van de Koemelná aan de oostelijke bergvoet van de Mustek, een karakteristieke begroeiïng van sparrebossen op veengrond. Šmauzy ligt als voorstel om een nationaal natuurreservaat te worden. Jezero LakaMet een hoogte van 1096 m is het meer Laka het hoogst gelegen meer uit de ijstijd in de Šumava. Het ligt in het Nationale park Šumava. Het wateroppervlak heeft een grootte van 2,78 ha en een maximale diepte van 3,9 m. In het meer liggen karakteristieke drijvende veeneilandjes. Pancíř (Pantser)De Pancíř is een bergtop met een hoogte van 1214 m en daardoor een aantrekkelijk uitzichtspunt. Bovenop de Pancíř zijn een hotel, restaurant, uitzichtzichtstoren, het eindpunt van de stoeltjeslift vanuit Špičák en een sleeplift aanwezig. Hůrka (Heuveltje)Vroeger heette Hůrka Hurkenthal, een voormalig gehucht, waar de ruines te zien zijn van de kapel met het graf van de glasblazersfamilie Abel. Rozvodí (Waterscheiding)Rozvodí ligt op een hoogte van 1159 m en is de grens van de stroomgebieden de Elbe (Noordzee) en de Donau (Zwarte Zee). Suché Studánky (Droge bron)Suché Studánky is een hoogvlakte waar nog de overblijfselen van een bergnederzetting met een overgebleven kapelletje te zien zijn. Železná Ruda (IJzererts)Železná Ruda is ontstaan in de 16e eeuw als een mijnwerkersgehucht op het pad van Bohemen naar Beieren. Vroeger stond er nog een glasblazerij, tegenwoordig vinden we er een kerk met uivormige koepel uit de 18e eeuw, een kapelletje van de heilige Barbara, een museum, sleepliften, hotels, restaurants, uitgangspunt van toeristische wandelwegen en een benzinepomp. Alžbětín (Elizabeth)In de oudheid stond hier de bekende glasfabriek uit de eerste helft van de 19e eeuw, nu doet de plaats dienst als grensovergang. Špíčák (Hoektand)De plaats Špičák is een hooggelegen recreatiecentrum. Špičák heeft een spoorwegtunnel met een lengte van 1748 m, uitgebreide mogelijkheden voor alpine skieën, een stoeltjeslift naar de Pancíř, hotels, restaurants, een kruispunt van toeristische wandelwegen en de regionale werkplek van het Nationale park Šumava. Hojsova Stráž (Wachtpost Hojs)Hojsova Stráž was van oorsprong een gehucht uit de 16e eeuw, het heeft een kerk van de heilige maagd Maria uit het begin van de 19e eeuw, gemeentehuis, restaurants, hotels en sleepliften. Brčálník (Maagdenpalm)Een pittoresk amfitheaterachtig dal, gevormd door de glooiingen van de Můstek, Pancíř en Špičák, verder zijn er hotels en restaurants. Hamry (IJzersmederijen)Hamry had vroeger de zetel van het gemeentehuis behorende tot het Koninklijke woud, was een voormalig gehucht van metaalarbeiders, glasblazers en glasslijpers in het romantische dal de Úhlava, verder zijn er een gerestaureerde kerk van de maagd Maria, hotels en restaurants. |
|
| e-mailen |
Aanbevolen minimale resolutie is 800x600
|