|
|
|||
|
||||
Maak keuzeRegio |
Český KrumlovDe schilderachtige stad Český Krumlov bevindt zich in het diepe, meandervormige dal van de bovenloop van de Moldau (Vltava) in Zuid-Bohemen. De grootste bloeiperiode was gedurende de regeerperiode van de Heren van Rožmberk (1302-1602), die Český Krumlov als de hoofdzetel hadden voor hun uitgestrekte landbezit. De stad was destijds de poort naar het Boheemse binnenland voor het Oostenrijkse en Beierse Donaugebied en Noord-Italië. En juist uit Italië kwam de nieuwe invloed van de Renaissance op het gotische uiterlijk van de stad en het kasteel. Een nieuwe culturele impuls kreeg de stad gedurende de 17e eeuw onder het bewind van de Eggenbergs, toe onder andere een barok theater gebouwd werd en de kasteeltuin aangelegd werd. Onder het bewind van de Schwarzenbergs kreeg Český Krumlov een „mantel van barok“ aangemeten. Český Krumlov bestaat niet alleen uit meer dan driehonder historische gebouwen, die getuigen van een rijke geschiedenis en tegelijkertijd een buitengewoon indrukwekkend stadsbeeld creëren. Český Krumlov presenteert zich aan haar bezoekers ook als een centrum van cultuur en congressen. De moeite waard zijn bijvoorbeeld het internationale muziekfestival, het festival van renaissancemuziek en theatervoorstellingen in de kasteeltuin. Het culturele aanbod van het kasteel, de musea, het Egon Schielecentrum, het Bureau van Design in de Keramiek en de particuliere galeris kan niet over het hoofd worden gezien. Een bijzondere gebeurtenis is het feest van de vijfbladige roos, waarbij in het midden van de zomer de stad een paar eeuwen in de geschiedenis terug gaat. Een groots opgezet gekostumeerd evenement met honderden deelnemers verandert de stad in één groot toneel. GeschiedenisVoor drie Duitse geslachten van edellieden was Krumau de hoofdresidentie, de centrale van hun Boheemse economische imperium, en wel voor de families Rosenberg (1302-1611), Eggenberg (1622-1717) en Schwarzenberg (1717-1945). "Op zijn oude dag deed het hem goed dat zijn zoon Witiko op de rots van de Kromme Au, die nu tot Witiko's stam behoorde, een burcht begon te bouwen". Zo eindigt de roman Witiko van Adalbert Stifter (1805-1868), en zo begint het verhaal van kasteel en stad Krumau. Rond 1240 stichtte het adellijke geslacht van de Witigonen (Witkowitzer), boven een "kromme au" (vandaar de naam Krumau) of lus in de Moldau, een burcht die in 1253 voor het eerst in de oorkonden wordt genoemd. Duitse kolonisten uit Beieren en Oostenrijk vestigden zich aan de voet van de burcht en ertegenover binnen de beschermde Moldaubocht; in 1374 was de kolonie al een stad. In 1302 kwamen kasteel en stad Krumau in handen van Heinrich von Rosenberg, een telg uit het indertijd mactigste adellijke geslacht van Bohemen. In 1497 stelden de Rosenbergs een mijn in bedrijf en zochten in de omringende hoogvlakten van het Bohemer Woud naar zilveraders. In 1526 verleende de Jagiellonenkoning Lodewijk II de stad wapen en zegel en gaf de familie Rosenberg bovendien het recht in Krumau een eigen munterij te beginnen. De Rosenbergs bouwden de burcht tot een schitterende renaissanceresidentie uit. Toen de zilvermijnen tegen het eind van de 16e eeuw uitgeput waren, raakte de dynastie in financiële problemen; in 1611 moest Peter Wok von Rosenberg de residentie Krumau aan keizer Rudolf II verkopen. In 1622 schonk keizer Ferdinand II Krunau met bijbehorende landerijen aan baron Johann Ulrich von Eggenberg uit dank voor diens bijstand in de Dertigjarige Oorlog. In 1717 stierf de laatset vorst Eggenberg; zijn gemalin, vorstin Maria Ernestine van Schwarzenberg, erfde het landgoed. Vanaf die tijd heerste in Krumau de Schwarzenbergdynastie. In 1947 werd het kasteel genationaliseerd en sindsdien doet het als museum en staatsarchief dienst. Bezienswaardigheden
|
Externe links |
| e-mailen |
Aanbevolen minimale resolutie is 800x600
|