|
|
|||
|
||||
Andere linksJan Palach (3) |
Jan Palach (3)
Jan Palach spent his childhood and youth in Vsetaty, where he also attended elementary school. When Jan was thirteen his father died. It was hard on the boy, as Josef Palach was very much the devoted father to his sons. In 1963, Palach took the school entrance examinations and was accepted at the gymnazium (preparatory high school for university) in Melnik. There his interests began to take shape. His favorite subject became history. He also tended toward other departments in the humanities - from childhood he'd been an avid reader. For this reason, when he graduated secondary school in 1966, he entered the Faculty of Philosophy at Prague's Charles University. Though he met the demands of the interviews, he wasn't accepted due to the large number of applicants. So instead he began his studies at the Prague School of Economics, where he completed four semesters. While there he also experienced the social movement of 1968. The process was enthusiastically supported by a majority of the school's students, and Palach was doubtless among them. Over his two summer breaks he traveled abroad both times. With his student work brigade he visited the Soviet Union, and he went to France to work on his own. In the dramatic fall of 1968, Jan Palach had a personal reason for happiness: he managed to transfer into the history-political economics department of Charles University. There he took part actively in the November strikes against the occupation. During his studies in Prague, Palach visited his mother regularly in Vsetaty. Naturally he came home for the emotional time of Christmas and the New Year. He returned to Prague during the first days of January. He returned to his normal daily routine, filled with school responsibilities and consulting on his seminar work. On January 15 he attended his uncle's funeral in Libis, not far from Vsetaty. On January 16 he took the morning train to Prague. At the dormitory he wrote his last letter, intended for publication. One copy he put in a briefcase, and three others he addressed to the Writers' Union, Lubos Holecek - an activist in the student movement, and Ladislav Zizka, a friend from the economics school, to whom he also included his personal greetings. At around four o'clock he stood at the ramp of the National Museum, at the top of Wenceslas Square, poured gasoline over himself and lit himself on fire. He ran burning across the intersection toward a grocery store, and fell by the road. A transport worker threw his coat over him. According to witnesses, Palach was still conscious. He was taken by ambulance to the department for burn victims on Legerova Street. Eighty-five percent of his body was covered with serious burns, the majority of them third-degree. He lived another three days and died on January 19, 1969. His funeral took place on January 25 in Prague. It was a grave and silently expressed universal dissent with the occupation of the country. Jan Palach werd geboren op 11 augustus 1948 in Melnik als jongste van 2 zonen van Josef en Libuse Palach. Josef was een suikerbakker die een populair snoepwinkeltje uitbaatte in Vsetaty. Bij het begin van het communistische regime werd echter elke zaak of bedrijf, hoe klein ook, genationaliseerd. De snoepwinkel van de Palachs werd ingenomen en Josef werd tewerkgesteld in een molen in Brandys nad Labem. Als kind was Jan Palach zeer geinteresseerd in verhalen over de Boheemse geschiedenis en figuren uit het verleden, zeker in de personen die Jan heetten. Zo had hij veel bewondering voor de blinde koning Jan van Luxemburg, Jan Amos Komensky of Comenius, de 17de eeuwse filosoof, de hervormer Jan Hus en de grote leider van de Husieten, Jan Zizka. In de lagere school kreeg Jan Palach geschiedenisles van Dr. Miroslav Slach. De leraar was zeer ingenomen met de grote interesse die deze leerling toonde voor geschiedenis en hij gaf hem regelmatig boeken mee over geschiedkundige figuren. Naast de grote intelligentie die Jan bezat toonde hij ook een opmerkelijke gevoeligheid. Zeker na de dood van zijn vader op 52 jarige leeftijd, Jan was toen 13, werd hij één van de weinige studenten die ook daadwerkelijk opkwam voor zichzelf en zijn medestudenten als hij of zij onrechtvaardig behandeld waren. In september 1963 ging Jan Palach naar het gynasium van Melnik. De zelfverbranding van de 21-jarige geschiedenisstudent Jan Palach was een weloverwogen daad. Kort tevoren had hij brieven geschreven aan onder meer de regering en de pers, waarin hij de opheffing van de censuur eiste en een verspreidingsverbod voor het Russische blad Zpravy. Hij sprak mede namens een aantal gelijkgestemden, die bereid waren hun leven te geven en zichzelf te verbranden. 'Mij viel het lot de eer te beurt de eerste fakkel te zijn' schreef hij. 'Als binnen vijf dagen niet aan onze eisen tegemoet is gekomen, dat wil zeggen voor 21 januari 1969, en als het volk ons niet voldoende steunt (door een staking van onbepaalde duur), dan zullen nieuwe fakkels ontbranden'. Jan Palach zei Jan Hus als een voorbeeld te hebben gezien voor zijn daad. Deze Tsjechische kerkhervormer werd in 1415 verbrand omdat hij zich verzette tegen de macht van de kerk. Hus wilde de waarheid laten zegevieren. Nadat Palach zijn brieven geschreven had, begaf hij zich met een emmertje benzine naar het Wenceslasplein en stak zichzelf in brand. Hij was voor 85 % verbrand en hoopte het te overleven, maar na drie dagen overleed hij in het ziekenhuis. Hij wilde het volk bewust maken van de wanhopige situatie waarin het land zich bevond en haar te bewegen zich actief tegen de onderdrukking te verzetten. De belangstelling op zijn begrafenis was groot. Alleen al in de hoofdstad verzamelden zich ruim 500.000 mensen en ook elders in het land kwamen mensen bij elkaar. Men zag Palach als een vrijheidsstrijder die zijn leven gaf voor zijn idealen. Na de dood van Palach moesten zo veel mogelijk sporen die aan hem herinnerden uitgewist worden. Vele mensen bezochten echter het graf waar dagelijks talrijke kaarsen brandden. Zij legden bloemen neer bij de fontein, maar de straat ervoor werd opgebroken en onder permanente bewaking gesteld, zodat niemand er meer bij kon komen. In 1973 werd besloten de stoffelijke resten te verbranden en de urn met as werd naar zijn geboorteplaats Vsetaty overgebracht. Bijna 21 jaar lang bleef de zelfverbranding van Jan Palach een gevaarlijk onderwerp. Zelfs toen op 16 januari 1989 de 20ste sterfdag van de student op het Wenceslasplein herdacht werd, greep de politie in. Onder de vele arrestanten bevond zich Václav Havel die tot acht maanden gevangenisstraf werd veroordeeld. Toen aan het eind van 1989 de Fluwelen Revolutie een feit was, besloot Havel een plein naar de student te vernoemen. Met deze daad onderstreepte Havel de betekenis van Palach voor de Tsjechische vrijheidsstrijd. In oktober 1990 werd de urn met as teruggebracht naar Praag. Na 21 jaar mag Palach's naam overal geschreven en gehoord worden en is er op het Wenceslasplein een herdenkingsplaat opgericht. |
|
| e-mailen |
Aanbevolen minimale resolutie is 800x600
|