|
|
|||
|
||||
Andere linksBohumil Hrabal |
Bohumil Hrabal
Twee kleine kamers in het Volkskundig Museum in het Elbestadje Nymburk, een half uurtje rijden ten oosten van Praag, zijn permanent aan hem gewijd. Een bescheiden overzicht, maar toch gepast voor iemand die scherper dan wie ook de humor en de tragiek van Midden-Europa zag. Bohumil Hrabal (1914-1997) ís het naoorlogse Tsjechië. In zijn romans en verhalen is hij de schepper van de 'kleine overlevers'. De bier drinkende en goedkope goulashsoep lepelende stoïcijnen, die zich met spraakwatervallen in Praagse cafés het absurde leven van het lijf houden, zijn onder meer prachtig geportretteerd in de hilarisch-ontroerende, dit jaar verfilmde roman Ik heb de koning van Engeland bediend. Ook zijn eigen worsteling met de communistische censuur en met de latere lastercampagne van sommige dissidenten en veilig naar het buitenland uitgeweken 'samizdat'-schrijvers, weerspiegelt de naoorlogse geschiedenis van zijn land. Reden genoeg om, nu het tienjarig bestaan van Tsjechië binnenkort wordt gevierd (op 3 november), een korte tocht in het spoor van Hrabal te maken. In Nymburk groeide hij op, het enige stadje aan de Elbe met grachten, die in een grijs verleden door emigranten uit Nederland zijn gegraven. Het vlakke land van de streek was de reden dat hij een zwak had voor Nederland. 'Daarom hou ik ook zo van Holland, van Rembrandt, van die onbegrensde horizonten bij jullie. Daar zou ik nu over de oorsprong van de metafysica willen dromen en over het ontstaan van de mensheid,' zei Hrabal in 1988 in een interview. Filosofie en het leven van alledag gaan in zijn werk vaak hand in hand. Zijn stiefvader was manager van de bierbrouwerij in Nymburk. Toen Hrabal jaren later de vraag kreeg of het goed was dat er ter ere van hem een steen met opschrift in de muur van de brouwerij zou worden gemetseld, zei hij: 'Jawel, maar niet te hoog. Dan kunnen de honden er tegenaan pissen.' Veertien kattenBij Nymburk liggen de bossen van Kersko. Hier had hij een weekendhuisje, waar hij elke vrijdag per bus of taxi uit Praag naartoe ging en voor zijn veertien katten zorgde. De Hrabalovo, die sinds 1988 elk jaar wordt gehouden, is er het belangrijkste evenement. Vrienden, bekenden en liefhebbers van Hrabals werk komen bij elkaar om hem te gedenken. Ze luisteren naar acteurs die scènes uit zijn werk spelen, drinken het enige echte Pilsner bier, eten braadworst en maken een boswandeling. Bij zijn huisje staat een groot informatiebord met uitleg in zes talen voor toeristen. Zoals Malcolm Lowry de schrijver is van de whisky, zo is Hrabal de schrijver van het Tsjechische bier. Wie in Praag naar 'de stamkroeg' van Hrabal vraagt, krijgt het antwoord: 'Welke stamkroeg? Het waren er zoveel.' Toch is er eentje met de eer gaan strijken. Dat is U zlatého tygra, 'In de gouden tijger'. Het café was kortstondig wereldberoemd toen de Amerikaanse president Bill Clinton en minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright er in 1994 samen met Hrabal een paar pullen bier dronken. In Praagse kroegen luisterde Hrabal graag naar de zwetsverhalen van de gasten, die hij beschouwde als collectieve fantasie, bevrijd door bier. Zelf dronk hij vier tot zes grote pullen per dag. 'Bij hem zie je een eigenaardige verbinding van het hoge en het lage in één mens,' zegt kenner Milan Jankovic (73). 'Hij kon met mensen uit alle sociale lagen overweg. Hij was afgestudeerd in de rechten en was uitstekende thuis in de Europese literatuur, schilderkunst, avant-garde, pop-art. Maar hij werkte als arbeider in een ijzergieterij, als agent in levensverzekeringen, was toneelknecht, stationschef, verkocht drogisterijwaren en kinderspeelgoed, en hij werkte in het oud papier.' In zijn vier jaar als arbeider bij de ijzergieterij Poldi - 'mijn tweede universiteit' volgens Hrabal - had hij altijd een boek bij zich, vaak de Tao-te-Tjing van Lao Tse of de verzamelde poézie van de Italiaan Giuseppe Ungaretti. Het fundament van zijn werk, zegt Jankovic, ligt in het spreken van en met mensen. Voor het type gesprekken dat hij opschreef, bedacht hij zelf een naam: pabitele, wat vrij vertaald 'intelligent oudehoeren' zou kunnen betekenen, of: 'er poëtisch op los fantaseren'. Zijn grote voorbeeld was zijn oom Pepin, een legendarische figuur die in Nymburk bij de familie Hrabal in huis woonde en beschikte over een onuitputtelijk en ontembaar vermogen tot verhalen vertellen. Zie: Het stadje waar de tijd stil is blijven staan. PublicatieverbodTot zijn literaire voorgangers rekende Hrabal die andere Tsjechische volksschrijver, Jaroslav Hašek (van soldaat Švejk), maar ook Louis-Ferdinand Céline, James Joyce en Isaak Babel. Zijn proza is een 'jazzsolo over het leven', zoals een critica het uitdrukte. Het was de 'grote' geschiedenis - de machtsovername van de communisten, de vorst en dooi van de censuur - die hem steeds weer dwarszat. 'Zijn leven telde veel verliezen,' zoals Jankovic zegt. Een van zijn bekendste boeken, Zwaarbewaakte treinen, was al in 1949 geschreven, maar werd pas in 1965 gepubliceerd. Tot 1953 was hij een outsider: hij schreef, maar er verscheen niets. In de jaren zestig schreef hij niet, maar toen konden zijn oudere boeken weer wel worden uitgegeven. Hrabal - de tedere barbaar, zoals een van zijn latere titels luidt - groeide uit tot een populair schrijver. Tot hem van 1968 tot 1975 opnieuw een publicatieverbod werd opgelegd. Hrabals werk was niet openlijk anti-communistisch, maar wel demonstratief anti-politiek; de censuur beschouwde het als een 'vlucht' uit het socialistische model. Hij mocht pas weer publiceren na een 'pseudo-loyaal' interview (Jankovic) aan het communistische weekblad Tvorba in 1975. In voetbaltermen gaf hij op een ironische manier enige 'zelfkritiek' en leek hij het socialisme te onderschrijven. Het stuk werd hier en daar gezien als een openlijke capitulatie; in Praag kwam het zelfs tot een boekverbranding. Toch, wie zijn boeken leest, ook de latere, kan met geen mogelijkheid tot de conclusie komen dat hij ook maar de geringste concessie aan de macht heeft gedaan. Volgens velen zijn beste werk, de novelle Al te luide eenzaamheid, leest als een felle anti-communistische aanklacht. Volgens Hrabals biograaf Tomas Mazal heeft het incident in Tvorba hem niettemin de Nobelprijs voor literatuur gekost. 'Hrabal is voorgedragen,' zegt Mazal, 'maar zijn kandidatuur is niet officieel gesteund, waarschijnlijk omdat de toenmalige president Václav Havel ook elke keer werd genomineerd voor de Nobelprijs voor de vrede. Oud zeer bij de ex-dissidenten die nu de macht hebben, heeft daarbij een rol gespeeld.' Mazals biografie verschijnt dit jaar. Sinds vorig jaar wordt werk van Hrabal in Nederland opnieuw uitgegeven door Bert Bakker, in prachtige vertalingen van de slavist Kees Mercks. In Tsjechië is zijn negentien delen tellende verzamelde werk evenwel al jaren uitverkocht en alleen antiquarisch te krijgen. Een idee. Kan Tsjechië voor de tiende verjaardag van de staat, die op 3 november wordt gevierd, zichzelf niet een heruitgave cadeau doen? |
|
| e-mailen |
Aanbevolen minimale resolutie is 800x600
|