VNTS
side

Alexander Dubček

Alexander Dubček

Alexander Dubček is vooral bekend geworden voor zijn rol gedurende de Praagse Lente in april 1968 toen hij het socialisme met het menselijk gezicht introduceerde. Nadat de tanks van het Warschaupact een einde maakten aan het experiment verdween Dubček vrijwel in de vergetelheid om in november 1989 (de Fluwelen Revolutie) samen met Václav Havel het einde van het communistische tijdperk in te luiden.

Verzet tijdens de Slowaakse Nationale Opstand

Alexander Dubček werd op 27 november 1921 geboren in Uhrovec (Slowakije). In hetzelfde huis waar Ĺudovít Štúr werd geboren, de man die in het midden van de 19e eeuw samen met J.M. Hurban en M.M. Hodža vooraan stonden in de nationale opstandingsbeweging. Zijn ouders waren overtuigd communisten. Dubček bracht zijn jeugd eerst in Slowakije en later in Kyrgyzstan, waar zijn vader in 1925 zijn hele gezin heen verhuisde op verzoek van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie om het "socialisme" in de Sovjet-Unie op te bouwen. In 1938 keerde het gezin terug naar Slowakije, waar Dubček lid werd van de illegale Communistische Partij van Tsjechoslowakije. Tijdens de Nazi-bezetting van Tsjechoslowakije vocht Dubček tegen de Duitsers via guerrilla actviteiten van de ondergrondse verzetsbeweging en als onderdeel van de Slowaakse Nationale Opstand in 1944, waar hij tot twee keer toe gewond raakte. Langzaam maar zeker groeide hij op langs de rangen van de Communistische Partij, met het uiteindelijk bereiken van het lidmaatschap van het Centraal Comité van de Slowaakse Communistische Partij in 1951. In 1951 werd hij lid van het nationale parlament en een jaar later begon hij aan zijn studie rechten aan de Comenius Universiteit in Bratislava. In 1955 maakte hij zijn studie af. De Partij stuurde hem naar Politieke School in Moskou in 1955, waar hij cum laude zijn diploma behaalde in 1958. In 1962 was hij lid van de Slowaakse en Tsjechoslowaakse Communistische Partijen en een volledig lid van het Centrale Comité van de Tsjechoslowaakse Communistische Partij.

Alexander Dubček wordt Eerste Secretaris van de Communistische Partij

De communistische partij werd met zowel interne als externe uitdagingen geconfronteerd: de economie was in een ernstige wanorde, de Slowaakse communisten ergerden zich dood aan het Praagse centralisme, en de destalinisatie veroorzaakte onrust. Vele partij intellectuelen hoopten op een hervorming. In oktober 1967 namen Dubček en zijn hervormingsgezinde partijgenoten actie. Zij trokken Novotný's politiek (Novotný was Eerste Secretaris van de Communistische Partij) in twijfel tijdens een vergadering van het Centraal Comité. Toen ook Brezjnev Novotný niet langer meer steunde, was de situatie rond Novotný meer houdbaar. Op 5 januari 1968 werd partijsecretaris Antonín Novotný door het Tsjechoslowaakse Centrale Comité afgezet vanwege een gebrek aan vertrouwen en vervangen door Dubček. Gustav Husák, een aanhanger van Dubček, werd zijn plaatsvervanger. Kort daarop hield Dubček een toesrpaak waarin hij verklaarde: „We zullen alles, wat artistieke en wetenschappelijke creativiteit onderdrukt, verwijderen.“ Tijdens de daaruit resulterende Praagse Lente (maart tot augustus 1968) probeerde Dubček de Communistische Partij te hervormen en stond een socialisme met een menselijk gezicht toe. Onder Dubček transformeerde de Praagse Lente het leven en sociale relaties tussen Tsjechoslowaken, zowel partij- als niet-partijgenoten.

De Praagse Lente

Gedurende de periode die bekend stond als de Praagse Lente, lanceerde Dubček een serie van hervormingen. Dit bevatte ook de afschaffing van censuur en het recht van burgers de overheid te bekritiseren. Kranten begonnen bekendmakingen van corruptie in de hogere rangen te publiceren. Daar behoorde ook verhalen over Novotný en zijn zoon toe. Op 22 maart 1968 trad Novotný af als president van Tsjechoslowakije. Hij werd vervangen door een Dubček aanhanger, Ludvík Svoboda.

In april 1968 publiceerde het Communistische Centraal Comité een gedetaileerde aanval op Novotný's regering. Dit bevatte zijn magere prestatie op het gebied van woning, leefstandaards en transport. Het kondigde ook een totale verandering aan op de rol van partijlid. Het bekritiseerde de traditionele kijk op leden, die gedwongen worden zich volledig te gehoorzamen aan de partijpolitiek. In plaats daarvan verklaarde het, dat elk lid niet alleen het recht heeft, maar ook de plicht om te handelen naar zijn geweten. Het nieuwe hervormingsprogramma bevatte de oprichting van ondernemingsraden in industrie, meer rechten voor vakbonden om te onderhandelen voor zijn leden en het recht van boeren om onafhankelijke coöperaties op te richten.

Bewust van hetgeen zich tijdens de Hongaarse Opstand heeft afgespeeld, verklaarde Dubček dat Tsjechoslowakije geen intentie heeft om zijn buitenlandse politiek te wijzigen. Bij verschillende gelegenheden hield hij toespraken waarin hij verklaarde dat Tsjechoslowakije het Warschaupact niet zal verlaten, noch zijn relatie met de Sovjet-Unie. In juli 1968 verklaarden de Sovjets dat ze bewijzen hadden dat de Bondsrepubliek Duitsland plannen had om Sudetenland in te vallen en ze vroegen toestemming om het Rode Leger naar Tsjechoslowakije te sturen voor bescherming. Dubček, bewust dat de Sovjet troepen gebruikt konden worden om de Praagse Lente te beëindigen, weigerde het aanbod.

Op 21 augustus 1968 rolden de tanks van de Warschaupact landen Praag binnen. Mensen in de straten van Tsjechoslowakije boden passief verzet tegen de tanks met aanplakbiljetten en slogans, veranderden de namen van diverse dorpen in Dubčekovo om hun steun aan Dubček te betuigen en de invallende troepen te verwarren. Om bloedvergieten te voorkomen, beval de Tsjechoslowaakse regering het leger zich niet te verzetten tegen de inval. Dubček en Ludvík Svoboda werden naar Moskou meegenomen. Dubček keerde op 27 augustus terug naar Praag en gaf een toespraak, waarbij hij in tranen uitbarstte en het volk vertelde dat veel wat ze bereikt hadden, verloren was gegaan.

Dubček gedwongen aftreden uit de Communistische Partij

In april 1969 werd Dubček vervangen als partijsecretaris door Gustav Husák. Na april 1969 werd Dubček gedegradeerd, verwijderd uit de partij en uiteindelijk naar een intern verbanningsoort gezonden als ambtenaar van een houtwerf. Hij kon buiten zijn gezin met niemand spreken zonder toestemming. Desondanks onderhield Alexander Dubček in de jaren 70 en 80 contact met de oppositie en in zijn toespraken en geschriften bekritiseerde hij voortdurend het regime. Hij stuurde een brief met kritiek op de politiestaat en het totalitaire regime, dat geen respect toonde voor de mensenrechten, naar het Federale Assemblee en de Slowaakse Nationale Raad in 1974. De brief werd in het buitenland gepubliceerd. Zijn daaropvolgende interview met de Italiaanse krant Unita, maar ook zijn toespraak op de Universiteit van Bologna ter gelegenheid van het verkrijgen van zijn Honorair Doctoraat in 1988, vergrootte de interesse in zijn persoon en activiteiten. Dit resulteerde in een krachtige campagne tegen hem in de door de communisten gecontroleerde media.

Fluwelen Revolutie

In november 1989, als onderdeel van de Fluwelen Revolutie, sprak hij tijdens een bijeenkomst in Bratislava en later op het balkon aan het Wenzelsplein met de zojuist gekozen president Václav Havel terwijl een enorme menigte hen toejuichtte.Op 28 december 1989 werd Dubček unaniem gekozen als voorzitter van de Federale Assemblee.

Dubček overlijdt na een auto ongeval

Begin september 1992 kwam de auto, waarin Alexander Dubček zat, van de weg af. Hij werd onmiddellijk overgebracht naar een ziekenhuis in Praag. Vijf weken later op 7 november 1992 bezweek Dubček aan zijn verwondingen. Direct deden geruchten de ronde van een aanslag. Er werden figuren verdacht zowel in Praag als in Bratislava in de weken dat over de opdeling van Tsjechoslowakije onderhandeld werd. Dubček werd aangemerkt als kanshebber om president van Slowakije te worden. Om tot opheldering van het ongeval te komen, richtte het Slowaakse parlement een commissie op en ook de Tsjechische politie hield zich grondig bezig met het auto-ongeval. In februari 2000 kwam het tot een uiteindelijk oordeel: het ongeval werd veroorzaakt door de chauffeur van Dubček, die te hard gereden had. Een bewijs voor een mogelijke aanslag werd niet gevonden.

Honoraire Doctoraten

Hij ontving vele Tsjechoslowaakse en buitenlandse decoraties en honoraire doctoraten.

1988, Dr.h.c. Universita degli Studi di Bologna
1990, Dr.h.c. Universidad Complutense de Madrid
1990, Dr.h.c. The American University, Washington
1990, Dr.h.c. Université Libre de Bruxelles
1991, Dr.h.c. University of Dublin, Trinity College, Dublin
1991, Dr.h.c. Univerzita Komenského, Bratislava

Prijzen

1990, Andrej Sacharov Prijs voor de Mensenrechten, Europees Parlament, Straatsburg
1990, Jaarlijkse Prijs voor de Mensenrechten, de Internationale Groep van de Mensenrechten, Washington
1990, Mensenrechten Prijs, het Wereld Joods Congres, Australia
1991, Alfons Comín International Prijs, Barcelona
1991, Paul Harris Prijs, Bombay

Uitspraken

„Hij is de eerste grootmoedige communist die in het geheugen voortleeft en feitelijk in de Christelijke Hemel“ Bohumil Hrabal, schrijver

„De dood van Alexander Dubček maakte me erg droevig. Ik ben blij dat hij de democratisering van Europa heeft meegemaakt“ Bill Clinton, voormalig president van Amerika

„Hij werd tot tweemaal toe in zijn leven een Slowaakse politieke legende. Maar de waarheid is, dat hij nooit stopte er éém te zijn.“ Alexander Dubček's Memoriam door het Slowaakse Journalistensyndicaat

Top

e-mailen

Aanbevolen minimale resolutie is 800x600 Valid XHTML 1.0!